ECLI:NL:RVS:2022:18
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juni 2019 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, weigerde tevens een reguliere verblijfsvergunning en verleende geen uitstel van vertrek. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het vonnis van de rechtbank in stand zou blijven en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Hierdoor hoeft de staatssecretaris het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 5 januari 2022 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.