ECLI:NL:RBDHA:2024:10782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsdocument op grond van het Terugtrekkingsakkoord vernietigd wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een Britse staatsburger, diende een aanvraag in voor verlening van een EU-verblijfsdocument op grond van het Terugtrekkingsakkoord. De minister wees deze aanvraag af omdat eiseres op 31 december 2020 geen rechtmatig verblijf had en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij toen werkzoekende was met een reële kans op werk.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 Vreemdelingenbesluit en dat het beroep op het arrest Antonissen niet slaagt omdat eiseres niet als werkzoekende rechtmatig verblijf had op de peildatum. De belangenafweging door de minister is zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
Wel stelt de rechtbank vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij niet ambtshalve aan artikel 8 EVRM Pro heeft getoetst, terwijl eiseres hier expliciet een beroep op deed. Dit leidt tot strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep met vier maanden overschreden, waardoor eiseres recht heeft op een schadevergoeding.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM; eiseres krijgt proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.