ECLI:NL:RVS:2022:1802
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 20 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 1 juni 2022 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en dat zij recht had op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter baseerde zich hierbij op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (ECLI:NL:RVS:2019:457).
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 27 juni 2022 door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier J. van de Kolk.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.