ECLI:NL:RVS:2022:182
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verleend uitstel van vertrek vreemdeling
De vreemdeling heeft tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hoger beroep ingesteld tegen de weigering om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de staatssecretaris op 26 oktober 2021 alsnog uitstel van vertrek verleend aan de vreemdeling, ingaand op 21 oktober 2021 tot 3 maart 2022.
De vreemdeling heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op dit nieuwe besluit te reageren. De Raad van State overweegt dat de vreemdeling door het verleende uitstel van vertrek heeft bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, waardoor hij onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, op 20 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling inmiddels uitstel van vertrek heeft gekregen.