ECLI:NL:RBDHA:2021:10744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse nationaliteit wegens ongeloofwaardig relaas en geen uitstel van vertrek
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit, diende op 9 augustus 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij in Gambia betrokken was bij een verkeersongeluk waarbij kinderen omkwamen, waarna hij werd aangevallen en medische behandeling ontving. Hij vreesde een gevangenisstraf en moord door familieleden van de slachtoffers.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas. De rechtbank bevestigde dit oordeel, verwijzend naar inconsistenties in verklaringen over werkzaamheden, ziekenhuisverblijf, politiebezoeken, beveiliging, brandstichting en het aantal overledenen. Ook was het relaas over de familie die hem zou willen vermoorden summier.
Eiser voerde aan analfabeet te zijn en overhandigde een medische verklaring voor uitstel van vertrek. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht niet aan deze stelling tegemoet was gekomen, omdat eiser zelf verklaarde negen jaar onderwijs te hebben genoten en de medische verklaring niet voldoende onderbouwde waarom uitstel gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om uitstel van vertrek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om uitstel van vertrek wordt afgewezen.