ECLI:NL:RVS:2022:1820
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 mei 2022 besloten de vreemdeling in bewaring te stellen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 mei 2022 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, namelijk de termijn voor het beantwoorden van een herzieningsverzoek na afwijzing van een Dublinclaim.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.