ECLI:NL:RVS:2022:1902
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning kelderuitbreiding en uitbouw in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 26 oktober 2018 een omgevingsvergunning voor de verbouw en vergroting van een pand tot vier zelfstandige woningen, inclusief een kelderuitbreiding en uitbouw van de begane grond. De kelder viel deels buiten het bouwvlak en was niet voorzien van een specifieke bouwaanduiding, wat strijdig was met het bestemmingsplan "Museumkwartier en Valeriusbuurt". Het college maakte gebruik van de afwijkingsbevoegdheid uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke beleidsnota om de vergunning toch te verlenen.
Appellanten, bewoners en eigenaren van nabijgelegen panden, stelden dat het college onterecht van de beleidsregels was afgeweken en dat de rechtbank deze onjuiste toepassing niet had onderkend. Zij voerden aan dat afwijking alleen mogelijk is bij stedenbouwkundige, verkeerskundige of ruimtelijke overwegingen die door de aanvrager moeten worden gemotiveerd, wat volgens hen ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht toepassing gaf aan artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om af te wijken van de beleidsregels, mede omdat de uitbouw vergunningvrij zou zijn indien de kelder niet was meegenomen. De Afdeling vond de belangenafweging niet onredelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het college voldoende had gemotiveerd waarom afwijking gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.