ECLI:NL:RVS:2022:1905
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning omzetting woonruimte in Nijmegen
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen verleende een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in vier onzelfstandige wooneenheden, na aanvankelijke weigering en bezwaar. De Commissie Omzetting Woonruimte (COW) had negatief geadviseerd vanwege leefbaarheidszorgen, maar het college vond dat de COW onjuiste uitgangspunten hanteerde. Tegen het verlenen van de vergunning stelden buren beroep in wegens leefbaarheidsbedreiging en overlast.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, verwijzend naar een eerdere uitspraak die de onderbouwing van de Huisvestingsverordening 2019 onvoldoende achtte. Het college en een appellant stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het artikel buiten toepassing had gelaten, omdat een motivering achteraf mogelijk is en de onderbouwing voldoende was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het daarop gebaseerde besluit van 2021, en beoordeelde inhoudelijk dat het college terecht de vergunning verleende. De fysieke toets en leefbaarheidstoets waren adequaat toegepast, en het negatieve advies van de COW kon worden gepasseerd vanwege het individuele toetsingskader. Tevens was het college niet verplicht de vergunning persoonsgebonden te maken, omdat voldoende waarborgen voor goed verhuurderschap en handhaving aanwezig zijn.
De beroepen van de buren werden ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de appellant. De uitspraak bevestigt het belang van een individuele beoordeling bij vergunningverlening en de mogelijkheid tot achteraf motiveren van beleidsinstrumenten.
Uitkomst: De beroepen van omwonenden tegen de omzettingsvergunning zijn ongegrond verklaard en het college heeft de vergunning terecht verleend.