ECLI:NL:RVS:2022:192
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 6 april 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 november 2021 het besluit vernietigde wegens een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat noch het hoger beroep van de staatssecretaris, noch het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en wees beide beroepen af.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en deugdelijke motivering door bestuursorganen bij besluiten over verblijfsvergunningen en bevestigt de toetsing door de rechter op dit punt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening af.