ECLI:NL:RVS:2022:1928
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 mei 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris in strijd met artikel 22, tweede lid, van de Ambtsinstructie handboeien gebruikte tijdens de overbrenging, wat een gebrek vormde in de voorafgaande staandehouding en overbrenging. De rechtbank had echter nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak waarin de proceskostenvergoeding was nagelaten en bevestigde de rest van de uitspraak. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.656,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het nalaten van proceskostenvergoeding en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 2.656,50 aan proceskosten.