ECLI:NL:RVS:2022:1957
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 juni 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) een voorlopige voorziening passend is. De vreemdeling wordt daarom beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €759,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 12 juli 2022 door voorzieningenrechter C.J. Borman, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis. De voorlopige voorziening biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming en zekerheid gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.