ECLI:NL:RVS:2022:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens procedurefout
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling redelijkerwijs had moeten weten dat hij zijn zienswijze op het voornemen tot afwijzing had moeten indienen op 26 juli 2021. Het voornemen was pas op 26 juli 2021 in goede orde aan de vreemdeling verzonden, waardoor hij tot het einde van 27 juli 2021 de tijd had om een zienswijze in te dienen. Deze procedurefout leidde tot vernietiging van het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat de inhoudelijke gronden van het besluit niet onjuist waren gebleken. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en het beroep toegewezen, maar zonder inhoudelijke herziening van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens een procedurefout, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.