ECLI:NL:RVS:2022:1985
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit herstel toeslagen
Appellante verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om herstel van toeslagen over 2007-2012 en stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de aanvraag werd aangehouden tot een nog te realiseren regeling voor niet-KOT toeslagen.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte onderscheid maakte tussen KOT en andere toeslagen en dat het beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Ook stelde zij dat de voorlopige voorziening ten onrechte werd afgewezen en dat haar verzoek om herziening van toeslagen onterecht werd afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de afwijzing van de voorlopige voorziening. Over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit bevestigde de Afdeling dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de aanvraag wordt aangehouden tot een toekomstige regeling. De Afdeling gaf geen inhoudelijk oordeel over de herzieningsbesluiten buiten de procedure.
De Afdeling verklaarde zich onbevoegd voor het hoger beroep tegen de voorlopige voorziening en verklaarde het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.