ECLI:NL:RVS:2022:2033
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had bij besluit van 30 oktober 2019 een aanvraag ingediend voor een document op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan moest aantonen. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de aanvraag van de vreemdeling voor het betreffende document inmiddels was ingewilligd bij besluit van 28 september 2021. De vreemdeling handhaafde het hoger beroep echter om een eerdere ingangsdatum van het verblijfsrecht te verkrijgen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet bevoegd is om de ingangsdatum van het verblijfsrecht vast te stellen en dat de vreemdeling dit via de rechter moet laten toetsen.
Daarom ontbrak het aan procesbelang bij het hoger beroep en werd dit niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 18 juli 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.