ECLI:NL:RVS:2022:204
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 8 november 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 januari 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep betrekking heeft op het voortduren van de maatregel van bewaring, waarop volgens artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep mogelijk is. Het argument van de vreemdeling dat er geen eerlijk proces zou zijn geweest, werd niet aanvaard. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door lid N. Verheij in aanwezigheid van griffier M.T. Annen, waarbij het lid van de enkelvoudige kamer verhinderd was de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.