ECLI:NL:RVS:2022:2056
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wob-verzoek over beëdigingsverzoeken advocaten
De appellant verzocht de raad van de orde van advocaten om openbaarmaking van diverse informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waaronder correspondentie en gegevens over beëdigingsverzoeken. De raad wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat de opgevraagde informatie onder de bijzondere openbaarmakingsregeling van de Advocatenwet valt en niet onder de Wob.
In hoger beroep stelde de appellant dat de informatie over aantallen beëdigingsverzoeken niet onder de Advocatenwet valt, omdat deze niet ziet op individuele advocaten of tuchtrechtelijke procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de informatie over lopende tuchtrechtelijke procedures wel onder de Advocatenwet valt, maar dat de gegevens over aantallen beëdigingsverzoeken niet onder de bijzondere regeling vallen en daarom onder de Wob vallen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad voor zover het bezwaar tegen de afwijzing van de onderdelen over beëdigingsverzoeken ongegrond werd verklaard. De raad werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld en werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de raad wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het bezwaar tegen de afwijzing van informatie over beëdigingsverzoeken betreft.