ECLI:NL:RVS:2022:2080
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning short stay in Amsterdam
RB Beheer verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming van een pand naar woonverblijfsinrichting (short stay). Het college weigerde deze vergunning omdat het gebruik als short stay in strijd is met het bestemmingsplan, met name artikelen 8.1 en 8.5.10. RB Beheer stelde dat zij eerder legaal short stay verhuurde en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat anderen wel vergunningen kregen.
De rechtbank verklaarde het beroep van RB Beheer ongegrond, waarna RB Beheer hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college beleidsruimte heeft om af te wijken van het bestemmingsplan, maar dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en terecht geen vergunning heeft verleend vanwege het grote woningmarktdruk en het beleid om short stay gebruik te beperken.
De Afdeling verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn: anderen hadden vergunningen gekregen op grond van de Huisvestingswet, terwijl RB Beheer dat niet kon aanvragen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van RB Beheer wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.