ECLI:NL:RVS:2022:2090
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade bedrijfsruimte Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees een aanvraag van appellant om tegemoetkoming in planschade af, omdat het nieuwe bestemmingsplan de horecafunctie van een bedrijfsruimte beperkte. Appellant stelde dat dit leidde tot waardevermindering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling oordeelde dat het college onzorgvuldig had gemotiveerd door ten onrechte aan te nemen dat appellant het risico had aanvaard dat de horecafunctie zou vervallen. Na hernieuwde beoordeling, inclusief taxaties door onafhankelijke deskundigen, concludeerde de Afdeling dat het vervallen van de horecafunctie geen waardevermindering opleverde die tot planschade leidde. Het beroep van rechtswege tegen het latere besluit bleef ongegrond.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van appellant en tot terugbetaling van griffierecht. Hiermee werd het besluit van het college vernietigd en de eerdere uitspraak van de rechtbank herroepen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd, maar het beroep tegen het latere besluit ongegrond verklaard; appellant heeft geen planschade geleden.