ECLI:NL:RVS:2022:2104
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wijziging verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling, met de Surinaamse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar vader, die in april 2019 overleed. Zij vroeg om wijziging van de verblijfsvergunning zodat zij bij haar moeder kon verblijven, maar de staatssecretaris wees dit af omdat de moeder geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris ten onrechte een beroep op artikel 8 EVRM Pro afhankelijk had gesteld van uitzonderlijke omstandigheden, terwijl zij haar privéleven in Nederland rechtmatig was begonnen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft meegewogen dat het verblijf van de vreemdeling kort was en dat haar banden met Suriname sterker zijn dan met Nederland.
De vreemdeling kon onvoldoende bijzondere binding met Nederland aantonen. De Afdeling vond geen aanleiding om het hoger beroep gegrond te verklaren en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.