ECLI:NL:RVS:2022:2198
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hun een verblijfsvergunning regulier geweigerd en hen opgedragen Nederland te verlaten.
De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juni 2022 de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Tegelijkertijd verzochten de vreemdelingen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft op 29 juli 2022 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00 die verband houden met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.