ECLI:NL:RVS:2022:2217
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
De vreemdeling, een 83-jarige weduwe met medische klachten, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij oordeelde dat er geen sprake was van meer dan normale emotionele banden tussen de vreemdeling en haar zoon, zodat geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of de staatssecretaris een belangenafweging had gemaakt zoals vereist bij een beroep op artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris had dit niet gedaan, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris werden vernietigd. De staatssecretaris werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.