ECLI:NL:RVS:2022:224
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 20 december 2018 en 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van vreemdeling 2 ongegrond en vernietigde het besluit voor zover het ging om de kennelijke ongegrondheid van de aanvraag van vreemdeling 1.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij opvang en verstrekkingen ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 27 januari 2022 door voorzieningenrechter A. Kuijer, in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening waardoor de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist.