ECLI:NL:RVS:2022:2309
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bestemming tot bewoning zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 18 maart 2019 een boete van €20.500,- op aan een schoonmaakbedrijf dat een woning huurde en deze zonder vergunning aan de bestemming tot bewoning onttrok. De woning werd gebruikt voor tijdelijk verblijf door meerdere personen, zonder inschrijving in de Basisregistratie personen en zonder schriftelijke overeenkomsten.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van het bedrijf tegen de boete ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De appellant voerde aan dat er geen sprake was van onttrekking aan de bestemming tot bewoning, dat de woning niet was omgezet in onzelfstandige woonruimtes, en dat de boete gematigd moest worden vanwege bijzondere omstandigheden.
De Raad van State oordeelde dat de woning niet als permanent hoofdverblijf werd gebruikt en dat het college terecht afging op het rapport van bevindingen op ambtsbelofte. De cautie was correct verleend aan een betrokken persoon, waardoor de verklaringen als bewijs konden dienen. De boete werd niet gematigd omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €20.500,- is bevestigd.