ECLI:NL:RVS:2020:2165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onvoldoende toezicht op bestuurderskaart gebruik
Een transportbedrijf kreeg een bestuurlijke boete van €44.000 opgelegd omdat een werknemer 22 keer zonder bestuurderskaart in de tachograaf te hebben gebruikt, reed. De minister stelde dat het bedrijf onvoldoende toezicht had gehouden op het juiste gebruik van de kaart, wat de verkeersveiligheid in gevaar bracht. De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf ongegrond, maar het bedrijf ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de verklaring van de chauffeur als bewijs mocht worden gebruikt, omdat deze niet onder de cautieplicht viel. Verder werd bevestigd dat de EU-verordeningen 561/2006 en 165/2014 van toepassing waren, aangezien het vervoer uitsluitend binnen de EU plaatsvond. Het bedrijf had intensiever moeten controleren, vooral gezien eerdere overtredingen door een andere werknemer kort daarvoor.
Gezien de inwerkingtreding van een nieuwe beleidsregel in 2019, die lagere boetes voorschrijft, matigde de Raad de boete naar €10.875. De eerdere uitspraak en het besluit van de minister werden vernietigd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt verminderd van €44.000 naar €10.875 wegens onvoldoende toezicht op bestuurderskaart gebruik.