ECLI:NL:RVS:2022:2352
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugwijzing voor hernieuwde beoordeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 april 2021 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid wordt verricht en beoordeeld. Hierdoor was toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk. Dit leidde tot de conclusie dat het hoger beroep gegrond is en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd moeten worden.
De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing door de staatssecretaris, die daarbij rekening moet houden met de actuele feiten en omstandigheden. De proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd. Verdere inhoudelijke bezwaren van de vreemdeling behoeven geen bespreking meer omdat de zaak opnieuw moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.