ECLI:NL:RVS:2022:2355
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel en verplichting nieuw besluit
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 26 augustus 2021 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep gegrond was, mede op basis van eerdere jurisprudentie over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Denemarken. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het besluit van 26 augustus 2021 werd eveneens vernietigd. De staatssecretaris is verplicht een nieuw besluit te nemen over de aanvraag van de vreemdeling.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling nam hierbij in aanmerking dat de zaak samenhangt met andere zaken, waardoor de proceskosten werden vastgesteld als één zaak.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en de staatssecretaris is verplicht een nieuw besluit te nemen.