ECLI:NL:RVS:2022:2359
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkverklaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 juni 2022 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Roemenië in een situatie terechtkomen die gelijkgesteld kan worden met onmenselijke of vernederende behandeling. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunningen in stand blijft.