ECLI:NL:RVS:2022:2418
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 augustus 2022 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzocht dat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en dat hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend was, waarbij de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00 die door de vreemdeling in verband met het verzoek waren gemaakt.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 19 augustus 2022, in aanwezigheid van griffier mr. R.M. Renting.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.