ECLI:NL:RVS:2022:2419
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 augustus 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen krijgt. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting tijdens de procedure, zodat zijn rechten worden gewaarborgd totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.