ECLI:NL:RVS:2022:2463
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- M. Soffers
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatie wegens gevaar voor openbare orde na mishandeling
Appellant, staatloos en geboren in 1975, verzocht om naturalisatie voor zichzelf en medenaturalisatie voor zijn vier minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze vermoedens zijn gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling tot een taakstraf wegens mishandeling van zijn echtgenote en een strafbeschikking voor rijden onder invloed.
Appellant voerde aan dat hij onvoldoende was voorgelicht over de gevolgen van zijn veroordeling voor naturalisatie en dat de feiten in een moeilijke persoonlijke situatie zijn gepleegd. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak verwierpen deze argumenten, stellende dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
Ook het belang van zijn vier kinderen, die deels inmiddels genaturaliseerd zijn, werd niet als bijzonder aangemerkt. De Afdeling benadrukte dat het beleid alleen bijzondere omstandigheden erkent die leiden tot de conclusie dat appellant geen gevaar meer vormt voor de openbare orde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.