ECLI:NL:RVS:2022:2515
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van last onder bestuursdwang en ontruimingsactie woonwagenlocatie Zaanderhorn
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad startte op 23 april 2019 een ontruimingsactie bij de woonwagenlocatie Zaanderhorn vanwege overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. Hierbij werden stickers met lasten onder bestuursdwang op ongeveer vijftig objecten geplakt, waarvan twintig door appellant als zijn eigendom waren aangewezen. De rechtbank vernietigde de last onder bestuursdwang voor dertien objecten, maar handhaafde deze voor zeven.
Appellant stelde in hoger beroep dat de objecten niet op een openbare plaats stonden en dat hij niet de eigenaar was van enkele objecten, waaronder een container met hennep. De Afdeling oordeelde dat de objecten wel degelijk op een openbare plaats stonden en dat appellant eigenaar of rechthebbende was van de betreffende objecten, mede gelet op het vaststellingsdocument en de melding ontmanteling.
Verder stelde appellant dat het college had moeten afzien van handhaving vanwege de langdurige situatie en het gebruik door kermisexploitanten, maar dit werd verworpen wegens het algemeen belang bij handhaving en het ontbreken van concreet zicht op legalisatie. Ook de begunstigingstermijnen werden als voldoende beoordeeld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.