ECLI:NL:RVS:2021:1389
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- F.D. van Heijningen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over inbeslagname en herplaatsing gevaarlijke hond Cyra
De burgemeester van Emmen had de hond Cyra, eigendom van appellant, na meerdere bijtincidenten gevaarlijk verklaard en een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. Na een overtreding van dit gebod werd de hond in augustus 2019 in beslag genomen. De burgemeester wijzigde later het besluit en bepaalde dat de hond in bewaring zou blijven, met mogelijke herplaatsing of euthanasie.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar van de burgemeester, maar liet de rechtsgevolgen van inbeslagname en herplaatsing in stand. Zowel appellant als burgemeester stelden hoger beroep in. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door de rechtsgrondslag te wijzigen en dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom hij afweek van het advies van de Commissie van advies voor de bezwaarschriften.
De Afdeling stelde vast dat bestuursdwang en inbeslagname bij overtreding van het aanlijn- en muilkorfgebod mogelijk zijn, maar dat de permanente ontneming door herplaatsing niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. Bovendien was de motivatie van de burgemeester voor inbeslagname en herplaatsing onvoldoende. De Afdeling vernietigde het besluit van 30 juni 2020 en bepaalde dat de burgemeester opnieuw op het bezwaar moet beslissen met een deugdelijke motivering. Tot die tijd blijft de hond in beslag genomen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de burgemeester in strijd met het hoor- en wederhoor-beginsel had gehandeld door belangrijke stukken niet tijdig aan appellant en de bezwaaradviescommissie te verstrekken. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot inbeslagname en herplaatsing van de hond Cyra wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onjuiste rechtsgrondslag.