ECLI:NL:RVS:2022:2534
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainer nabij woning in Lelystad
Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad heeft locaties aangewezen voor ondergrondse restafvalcontainers (orac's), waaronder locatie 1507 nabij de woning van appellant. Appellant vreesde aantasting van zijn woon- en leefklimaat en het rustige karakter van het gebied. Hij voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onjuiste bekendmaking, onzorgvuldigheid in de nota van zienswijzen, onjuiste keuze van inzamelmiddel en ongeschikte locatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de mogelijke onregelmatigheden in de bekendmaking het besluit niet rechtmatig konden aantasten. De onjuiste wettelijke basis in de nota van zienswijzen was niet dragend voor het besluit en het college hoefde niet op elk argument afzonderlijk in te gaan. De keuze voor orac's als inzamelmiddel in de buurt Zoom was politiek-bestuurlijk en niet onredelijk, ook gelet op de betrouwbaarheid van de gemeentelijke enquête.
Ten aanzien van de locatiekeuze oordeelde de Afdeling dat het college een zwaarder gewicht mocht toekennen aan het belang van doelmatige afvalinzameling dan aan de bezwaren van appellant. De nadelige gevolgen zoals geluid, geur, verkeer en stank waren aanvaardbaar en er waren geen bijzondere omstandigheden die de locatie ongeschikt maakten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer nabij de woning van appellant wordt ongegrond verklaard.