ECLI:NL:RVS:2018:5
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen aanwijzing locatie voor ondergrondse restafvalcontainers in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 20 mei 2016 locaties aangewezen voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de Tuinwijk en Zeeheldenbuurt, waaronder locatie 94 nabij de Melis Stokestraat. Appellanten, wonend nabij deze locatie, maakten bezwaar tegen de aanwijzing vanwege mogelijke stank- en geluidsoverlast, verlies van parkeerruimte, schade aan een boom en aantasting van de leefbaarheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep ongegrond is. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat de stank- en geluidsoverlast tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven door technisch onderhoud en schoonmaak. De afweging tussen parkeerruimte en plaatsing van ORAC’s is redelijk gemaakt. Ook is rekening gehouden met mogelijke schade aan bomen via proefsleuven.
Verder is vastgesteld dat de locatie niet direct voor gemeentelijke monumenten ligt en dat het gebied niet als beschermd stadsgezicht is aangewezen. Het late voorstel van appellanten voor een alternatieve locatie is niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van locatie 94 voor plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.