ECLI:NL:RVS:2022:2550
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaarmaking documenten over beslaglegging archeologische vondsten
In deze zaak verzocht de directeur van Archeodienst op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van correspondentie en documenten over conservatoir beslag op archeologische vondsten. Het college van gedeputeerde staten van Gelderland weigerde deels openbaarmaking met het oog op intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom sommige documenten niet openbaar werden gemaakt en vernietigde het besluit gedeeltelijk. Het college stelde een nieuw besluit op, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de correspondentie tussen provincies, gemeenten, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de advocaat is opgesteld ten behoeve van intern beraad binnen een kring van bestuursorganen met gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke aangelegenheid: het voorkomen van verkoop en vernietiging van archeologische vondsten. De Afdeling verwierp het betoog dat het om twaalf verschillende bestuurlijke aangelegenheden zou gaan.
Ook werd geoordeeld dat de advocaat als externe derde uitsluitend in het belang van de provincies adviseerde en dat de persoonlijke beleidsopvattingen terecht niet openbaar zijn gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit van 25 januari 2022 eveneens. De Afdeling besloot het onderzoek te heropenen voor een aparte uitspraak over een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van 25 januari 2022 bevestigd.