ECLI:NL:RVS:2022:3865
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft een verzoek van appellant om een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van gedeputeerde staten van Gelderland.
De procedure startte met de ontvangst van het beroepschrift door de rechtbank op 12 december 2017. De behandeling van het beroep bij de rechtbank duurde bijna drie jaar en acht maanden, en het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak bijna een jaar. De totale duur van ruim vier jaar en acht maanden overschrijdt de redelijke termijn van vier jaar zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De overschrijding wordt volledig toegerekend aan de Staat, omdat de behandeling bij de rechtbank langer dan twee jaar duurde, terwijl het hoger beroep binnen de redelijke termijn bleef. De Afdeling kent daarom een forfaitaire schadevergoeding toe van €1.000 voor immateriële schade.
De Staat wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding, zonder dat proceskosten worden toegekend.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.