ECLI:NL:RVS:2022:2599
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 24 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 augustus 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtbank had de staatssecretaris terecht gevolgd in diens standpunt dat er geen reden was om te twijfelen aan de deskundigenrapportages over de identiteit van de vreemdeling. De vergewisplicht van de staatssecretaris strekt niet zover dat hij tot in detail moet uitleggen hoe de conclusies van de rapportages tot stand zijn gekomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gewezen door voorzieningenrechter C.J. Borman.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.