ECLI:NL:RBDHA:2022:12164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan nieuwe elementen
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waarbij hij nieuwe documenten overlegde. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d van de Vreemdelingenwet, omdat de documenten niet authentiek werden geacht en er geen nieuwe relevante elementen waren.
De rechtbank overwoog dat de rapportages van het Bureau Documenten en de Koninklijke Marechaussee als deskundigenadviezen mogen worden beschouwd en dat verweerder mocht uitgaan van hun conclusies over de authenticiteit van de documenten. Eisers verzoek om schorsing voor een contra-expertise werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en te late indiening.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van eiser over de wijze van verkrijging van de documenten onvoldoende waren gemotiveerd en dat reeds in eerdere procedures was geoordeeld over zijn identiteit en herkomst, waardoor deze punten niet opnieuw konden worden beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht het bestreden besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.