ECLI:NL:RVS:2022:2639
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, begroot op €759,00, moet vergoeden. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling in afwachting van de beslissing op het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.