ECLI:NL:RVS:2022:2669
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing erkenning als referent voor verblijfsdoel uitwisseling
De vennootschap had een aanvraag ingediend voor erkenning als referent voor het verblijfsdoel uitwisseling, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 juli 2016 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure bleef de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap gegrond en vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
De vennootschap ging in hoger beroep bij de Raad van State, maar het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De Raad van State oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan het verkorte advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland over de negatieve financiële positie van de vennootschap. De stelling dat de directeur-grootaandeelhouder bereid zou zijn een bedrag van € 25.000,- in te brengen, werd onvoldoende zeker geacht.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De Raad van State vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te vernietigen, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.