ECLI:NL:RVS:2022:2672

Raad van State

Datum uitspraak
15 september 2022
Publicatiedatum
14 september 2022
Zaaknummer
202205015/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel en uitzettingsbevel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 oktober 2020 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, de verlenging van de vergunning afgewezen, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd.

De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 15 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State, waarbij de vreemdeling tevens een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat uitzetting naar Syrië een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt, zodat hij niet naar Syrië zal worden uitgezet. Echter, omdat er geen andere gronden zijn om aan te nemen dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek wordt daarom afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en uitzettingsbevel wordt afgewezen.

Uitspraak

202205015/2/V2.
Datum uitspraak: 14 september 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 15 augustus 2022 in zaak nr. NL20.18924 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, een aanvraag om de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning te verlengen afgewezen, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 15 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       De staatssecretaris heeft te kennen gegeven dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM en dat de vreemdeling om die reden dan ook niet zal worden uitgezet naar Syrië. Nu er verder op dit moment geen grond is om aan te nemen dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
915