ECLI:NL:RVS:2022:2674
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 29 juli 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 augustus 2022 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en dat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 3 juni 2014. Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van M. Soffers.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.