ECLI:NL:RVS:2014:2159
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling tegen bewaring vastgesteld
Bij besluit van 12 april 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De staatssecretaris voerde aan dat het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de bewaring reeds was opgeheven en de vreemdeling een volledige schadevergoeding en proceskostenvergoeding had ontvangen, waardoor geen procesbelang meer bestond.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van de vreemdeling inderdaad geen procesbelang meer had, omdat het beoogde resultaat reeds was bereikt. Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan op 3 juni 2014 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.