ECLI:NL:RVS:2022:2712
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor voetgangersbrug Oostenburg ondanks bezwaar varend woonschip
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 14 december 2020 een omgevingsvergunning aan het ingenieursbureau voor de realisatie van een voetgangersbrug over de Oostenburgervaart nabij de Cruquiusstraat te Amsterdam. Dit past binnen de transformatie van het bedrijventerrein Oostenburg tot een woon-werkomgeving, waarbij betere ontsluiting noodzakelijk is.
Verzoeker, eigenaar van een varend woonschip met ligplaats nabij de bruglocatie, maakte bezwaar tegen de vergunning en het onderliggende bestemmingsplan "Stadswerf Oostenburg". Hij stelde dat het bestemmingsplan onterecht zonder nautisch advies was vastgesteld en dat het later verkregen nautisch advies niet deugdelijk was. Tevens voerde hij aan dat het bestemmingsplan en de vergunning in strijd zouden zijn met hogere regelgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. De Raad van State overwoog dat de exceptieve toetsing van het bestemmingsplan in een procedure tegen een omgevingsvergunning beperkt is en alleen kan leiden tot buiten toepassing laten van het plan als er een evidente strijd met hogere regelgeving is. Dit was niet het geval. Andere besluiten vielen buiten het geding. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de omgevingsvergunning terecht is verleend en dat het bestemmingsplan niet evident strijdig is met hogere regelgeving. Het verzoeker hoeft geen proceskosten te worden vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de omgevingsvergunning bevestigd.