ECLI:NL:RVS:2022:2723
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over inbewaringstelling vreemdeling na staandehouding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 12 juli 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze inbewaringstelling, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 29 juli 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde onder meer over het ontbreken van publicatie van een relevante uitspraak uit 2004, maar dit bleek niet tot belangenverlies te leiden. De Afdeling overwoog dat vanwege een feitelijke onderbreking van het vreemdelingenrechtelijke traject door een strafrechtelijke staandehouding op 4 juli 2022, de rechtbank geen oordeel kan geven over de rechtmatigheid van die staandehouding in het kader van de inbewaringstelling.
De Afdeling bevestigde dat de vreemdeling tegen de staandehouding zelf een afzonderlijk rechtsmiddel moet aanwenden. Verder werden de overige grieven verworpen omdat deze geen vragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.