ECLI:NL:RVS:2022:275
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 december 2021 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de termijn voor het indienen van grieven nog niet was verstreken en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 27 januari 2022 achterwege te laten. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange in aanwezigheid van griffier M.E. van Laar LLM op 26 januari 2022. De voorlopige voorziening geldt totdat de termijn voor het indienen van grieven is verstreken en de voorzieningenrechter een definitieve uitspraak doet over het verzoek.
Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 27 januari 2022 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.