ECLI:NL:RVS:2022:2750
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende locatiespecifiek onderzoek en motivatie
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van appellant tegen het bestemmingsplan van de gemeente Horst aan de Maas gegrond verklaard. Het geschil betreft het besluit van 18 juni 2019 tot wijziging van het bestemmingsplan voor een perceel te Sevenum, waarbij de bestemming 'Wonen' is vastgesteld zonder een adequaat locatiespecifiek onderzoek.
De Afdeling heeft eerder bij tussenuitspraak van 10 februari 2021 de gemeente opgedragen binnen 26 weken het gebrek te herstellen door een onderzoek uit te voeren naar de bescherming tegen drift van de boomgaard en de afstand tot de woonbestemming. De gemeente heeft echter aangegeven dit onderzoek niet te zullen uitvoeren vanwege het ontbreken van een onderzoeksmethodiek en het voornemen het gebied te herbestemmen.
De Raad van State oordeelt dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het de bestemming 'Wonen' betreft. Tevens wordt de gemeente opgedragen het vernietigde onderdeel binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening en wordt zij veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het de bestemming 'Wonen' betreft vanwege onvoldoende onderzoek en motivering.