ECLI:NL:RVS:2022:2754
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling hogere waarden geluidhinder reconstructie N211
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 14 juli 2021 hogere waarden vastgesteld voor de geluidsbelasting van 29 woningen in het kader van de reconstructie van de N211 tussen de A4 en de N222. Tegelijkertijd werden voor 7 woningen eerdere hogere waarden ingetrokken. Diverse bewoners, appellanten, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het akoestisch rapport van Antea Group en de motivering van het college getoetst. De appellanten voerden onder meer aan dat het verkeersmodel verouderd was, dat onvoldoende maatregelen waren genomen om geluidshinder te beperken, en dat de cumulatie van geluid van de N211 en de A4 niet juist was beoordeeld. Ook werd betoogd dat het besluit in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
De Afdeling oordeelde dat het verkeersmodel ondanks het basisjaar 2016 rekening hield met autonome ontwikkelingen en dat het akoestisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De voorgestelde geluidmaatregelen voldeden aan het doelmatigheidscriterium en verdere maatregelen stuitten op overwegende bezwaren van financiële, verkeerskundige en landschappelijke aard. De cumulatie van geluid werd volgens het rapport en het toetsingskader van het college aanvaardbaar geacht. De klachten over het ontbreken van een recht op een stille omgeving in het kader van artikel 8 EVRM Pro werden verworpen omdat geen ernstige gezondheidsschade of belemmering van woongenot was vastgesteld.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling de beroepen ongegrond en hoefde het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van hogere waarden geluidhinder worden ongegrond verklaard.