ECLI:NL:RVS:2022:2763
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 augustus 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak volgt eerdere jurisprudentie waarin voorlopige voorzieningen werden getroffen om uitzetting te voorkomen tijdens lopende procedures. De beslissing geeft de vreemdeling bescherming tegen onmiddellijke uitzetting en waarborgt zijn toegang tot opvang en voorzieningen gedurende het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.