ECLI:NL:RVS:2022:2787
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op refoulement
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 augustus 2022 niet in behandeling is genomen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 22 september 2022 bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het verschil in beschermingsbeleid tussen Spanje en Nederland niet zodanig fundamenteel is dat er een reëel risico op refoulement bestaat.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel dat de vreemdeling geen recht heeft op de gevraagde verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het besluit tot niet-in-behandeling-neming van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.